Home

 Even voorstellen

 Algemene info

 Praktijkinfo

 De behandeling

 Beroepsgroepen

 Hahnemann

 Vithoulkas

 Links

 

 

Samuel Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie ontwikkelde zijn theorie in een tijd waarin de geneeskunde nog nauwelijks een wetenschap was, en op de meeste ziekten geen antwoord was.

 

Samuel Hahnemann werd op 10 april 1755 geboren in het Duitse Meissen. Hij betaalde zelf zijn studie medicijnen in Leipzig door privé-lessen Frans en Duits te geven en door het vertalen van medische, botanische en chemische verhandelingen; iets wat hij de volgende twintig jaar zou blijven doen. Een belangrijk thema in het leven van Hahnemann was het zwerven van de ene plek naar de andere. Dit was hoofdzakelijk doordat hij keer op keer werd verjaagd door jaloerse collega’s en apothekers die hem ervan beschuldigden inbreuk te maken op hun domein door homeopathische zelfmiddelen te bereiden en toe te dienen. Ook was Hahnemanns bijdrage aan de allopathische geneeskunde veel aanzienlijker dan men in de moderne tijd wil toegeven. Hij heeft vele publicaties over chemie op zijn naam staan, waarvan die over arseenvergiftiging het meest geprezen is. Verder was hij de eerste die geesteszieke patiënten op humane, zachtaardige en barmhartige wijze behandelde.

 

Dit was in een tijd dat die patiënten nog door hun artsen aan hun lot werden overgelaten, omdat men dacht dat krankzinnigheid besmettelijk was. Hahnemann veroordeelde het veelvuldig slaan van deze arme zielen. Net zoals hij publiekelijk kritiek uitte op de praktijk van het aderlaten bij de op sterven liggende keizer Leopold van Oostenrijk, die overleed nadat hij binnen vierentwintig uur vier keer was adergelaten vanwege hoge koorts.

 

Het jaar 1791 markeerde een omslagpunt in zijn denken, toen hij zijn eerste geneesmiddel, China (van de kinabast), op zichzelf uitprobeerde en zo symptomen van malaria produceerde. Dit bracht hem ertoe zijn belangrijkste en eerste wet te formuleren: de similiawet, oftewel de wet van het gelijksoortige. De roodvonkepidemie van 1800 bood Hahnemann de kans de effectiviteit van de homeopathische benadering aan te tonen: hij gebruikte met succes Belladonna in homeopathische doseringen, zowel als geneesmiddel als preventief. Een nieuw succes behaalde hij in 1813 bij de homeopathische behandeling van tyfus, toen een epidemie van deze ziekte het leger van Napoleon trof na de invasie van Rusland. Ondanks deze successen was Hahnemann toch gedwongen steeds weer te verhuizen, opgejaagd en aangevallen als hij werd door collega doctoren en -apothekers. In 1831 vierde de homeopathie nieuwe triomfen, nu bij de cholera-epidemie die zich westwaarts vanuit Rusland verspreide en waartegen de allopathische geneeskunde machteloos stond. De middelen die Hahnemann toen gebruikte – Camphora (kamfer), Cuprum (koper) en Veratrum album (witte nieskruid) – behoren ook nu nog tot de belangrijkste middelen tegen een cholera-epidemie.

 

Natuurlijk behaalde de homeopathie niet uitsluitend indrukwekkende resultaten maar zet dit succes eens af tegen de allopathische geneeskunde die pas in 1888, via Pasteur, enig inzicht kreeg in de verspreidingswijze van deze epidemieën. Hahnemann en zijn navolgers behandelden rond die tijd al meer dan vijftig jaar lang met succes gevallen van syfilis, gonorroe, tuberculose, hondsdolheid, tyfus etc. zelfs als Hahnemann op dit moment in zijn leven op zijn lauweren zou zijn gaan rusten, zou hij in de medische geschiedenis een gigant moeten worden genoemd.

 

Eén van Hahnemanns belangrijkste en (voor zijn opponenten) meest controversiële bijdragen was de miasma theorie, de analogie te vergelijken met onze huidige genetische theorieën en therapieën (hoewel die laatste non-existent zijn). De theorie verklaart veel hedendaagse verschijnselen: het toenemende criminele gedrag, vooral bij jonge kinderen en tieners, de ongekende toename van aandoeningen als autisme, auto-imuunverstoringen en zelfs kanker. Toch heeft vrijwel niemand nog, zoals Hahnemann, het verband gelegd met de overerving en de invloed daarvan op het nageslacht.

 

Na veel jaren en vele verhuizingen vestigde Hahnemann zich uiteindelijk in Parijs. In 1843 liet zijn gezondheid hem tenslotte in de steek en op 2 juli 1843 stierf hij aan de gevolgen van een bronchitis. Hij werd zeer oneervol, bijna anoniem, begraven op Montmartre . In 1898 is zijn lichaam opgegraven , door toedoen van Amerikaanse homeopathische artsen, en bijgezet op het beroemde Parijse Père-la-Chaise. Hier siert sinds 1900 een prachtig monument de definitieve rustplaats van deze geniale en energieke arts, aan wie wij een op logische principes gebaseerde geneeswijze te danken hebben, die nu al ruim 200 jaar in verschillende landen van de wereld geweldig effectief en patiëntvriendelijk gebleken is.

 

 

Naar boven